Een krant brengt het nieuws en heeft de volgende kenmerken:
- vaste verschijningsfrequentie, meestal iedere weekdag, meestal ook op zaterdag en soms op zondag
- meestal gedrukt medium met het formaat van een tabloid, berliner of broadsheet
- bedienen meestal een breed publiek, maar hebben wel een specifieke doelgroep (gebaseerd op religie, politieke voorkeur, maatschappelijke stroming, ideaal, regio of een bepaald interessegebied)
Kranten hebben verschillende distributievormen:
- betaald, inkomsten komen van adverteerders, abonnees en losse verkoop. De uitgever heeft hierbij hoge distributiekosten (de krantenjongens, bevoorrading van winkels).
- gratis verspreiding, een hoge oplage moet het voor adverteerders aantrekkelijk maken. Distributie vindt plaats via NS-stations en andere openbaar vervoerlokaties, winkels en bedrijven.
- controlled circulation of cc, de adverteerder bereikt een specifieke doelgroep, voor abonnees is de krant gratis.
Naast adverteerders, abonnees en losse verkoop hebben kranten de volgende additionele inkomstenbronnen:
Kranten kunnen beschreven worden aan de hand van de volgende kenmerken:
- Doelgroep
- Politieke kleur, boodschap of juist neutraliteit
- Verspreiding (gratis, abonnees of cc)
- Regioneel, landelijk of special interest
- Kleur of zwartwit
- Formaat
- Verschijningsfrequentie en tijdstip (ochtendkrant, avondkrant)
Artikelen in de krant hebben verschillende lezersfuncties.
In Nederland zijn er slechts een beperkt aantal krantenuitgevers:
|
|